Schuldhulpverlening voor studenten

Indien je als student problematische schulden hebt, kun je je melden bij de gemeente. Deze kan je vervolgens doorsturen naar een organisatie die schuldhulpverlening biedt. Deze is in dienst van de gemeente, of wordt door hen ingehuurd, zoals de gemeentelijke kredietbank, een Project Schuldhulpverlening of de eigen afdeling Sociale Zaken. In het geval van andere problemen volgt soms ook een verwijzing naar de juiste instantie om hiermee om te leren gaan, zoals bijvoorbeeld het Algemeen Maatschappelijk Werk. Als een schuldhulpverlener besloten heeft dat je geholpen kunt worden en je aan de voorwaarden voldoet, wordt er een voorstel gemaakt voor het oplossen van je schulden. In eerste instantie zal hij proberen een minnelijk akkoord te bereiken met je schuldeisers. Dit betekent dat de schuldhulpverlener op basis van bepaalde afspraken gaat onderhandelen met de schuldeisers en probeert voor alle schulden een regeling te treffen. In principe kan dit op twee manieren gebeuren: via een schuldbemiddeling of via schuldsanering.




Schuldbemiddeling
De schuldhulpverlener bepaalt, in overleg met de schuldeisers, hoeveel je per maand kunt aflossen en probeert op basis van dit maandelijkse bedrag met elke schuldeiser een regeling te treffen.

Schuldsanering
Hier leen je in één keer een groot bedrag van de kredietbank waarmee je al je schulden aflost. Je kunt vanaf dat moment gaan beginnen met aflossen bij de kredietbank.

De belangrijkste voorwaarden voor zo’n minnelijke regeling zijn:

  • Je moet gedurende drie jaar je maandelijkse aflosbedrag inzetten om je schuldeisers af te betalen.
  • Je moet volledig open zijn over je gehele financiële situatie.
  • Het maandelijkse aflosbedrag wordt vastgesteld via een bepaalde berekening. Het komt er op neer dat je drie jaar lang heel zuinig moet leven, want je mag een bepaald bedrag houden om van te leven en de rest van je geld gaat naar de schuldeisers.
  • Voor alle schulden die je hebt, moet een oplossing komen. Dus als een of meerdere schuldeisers niet mee willen werken, dan is een minnelijke regeling niet mogelijk.
  • Als het niet lukt om tot een minnelijk akkoord te komen is er de mogelijkheid voor de schuldenaar om een beroep te doen op de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

Soms lukt het niet om tot een minnelijke regeling te komen met je schuldeisers. In dat geval kun je naar de rechter stappen en vragen om een wettelijke schuldsanering volgens de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Een belangrijk verschil met het minnelijk traject is dat schuldeisers verplicht zijn om mee te werken aan het wettelijk traject. Bij een minnelijk akkoord werken de schuldeisers vrijwillig mee.
Voor een WSNP aanvraag is het noodzakelijk dat je een verzoekschrift indient bij de rechtbank. Hierbij kan de schuldhulpverlener je helpen. Ook is het noodzakelijk dat de schuldhulpverlener een “Verklaring artikel 285 Faillissementswet” opstelt voor de rechtbank. In deze verklaring wordt verklaard dat en waarom er geen minnelijke regeling mogelijk is. Om in aanmerking te komen voor de WSNP moet er namelijk in principe altijd een poging zijn gedaan om tot een minnelijk akkoord te komen. De rechtbank bepaalt of je in aanmerking komt voor de WSNP, waarbij zij de vrijheid heeft om alle feiten en omstandigheden die van belang zijn mee te wegen. Geen enkele schuldhulpverlener kan dus van tevoren met zekerheid zeggen of iemand zal worden toegelaten of niet, hij kan slechts de kansen aangeven.

De belangrijkste voorwaarden waaraan je moet voldoen om toegelaten te worden tot de WSNP zijn:

  • er is geen minnelijke regeling bereikt.
  • je bent te goeder trouw geweest bij het ontstaan van de schulden. Te goeder trouw is een ingewikkeld juridisch begrip maar wil kortweg zeggen dat je zuiver en eerlijk gehandeld hebt bij het aangaan van de schuld. Stel je hebt een lening afgesloten en je hebt daarbij de inkomstengegevens van iemand anders gebruikt.
  • Je bent dan niet te goeder trouw geweest bij het aangaan van de lening. Ook een boete kan een probleem zijn.
  • je hebt de afgelopen vijf jaar geen fraude gepleegd.
  • je kunt niet meer aflossen op je schulden.
    de verwachting is dat je je schuldeisers niet zal benadelen.
    je hebt de afgelopen tien jaar geen wettelijke schuldsaneringen of faillissementen doorlopen. Wanneer de rechter bepaalt dat je in aanmerking komt voor de WSNP, dan ben je niet in één keer van je schulden af.
  • Een wettelijke schuldsanering is een moeilijke weg. Je krijgt een bewindvoerder toegewezen die je post openmaakt en eventueel waardevolle spullen verkoopt. De bewindvoerder let er ook goed op dat je je aan de regels van de WSNP houdt. Een rechter-commissaris zal toezicht houden zowel op jou, als op de bewindvoerder.

De WSNP duurt onder normale omstandigheden drie jaar. Drie jaar lang moet je rondkomen van een zeer laag inkomen, namelijk een bedrag van rond het sociaal minimum, het Vrij Te Laten Bedrag (VTLB). Dit kan zelfs iets minder zijn wanneer je alleen een uitkering hebt en niet werkt voor je inkomen. De inkomsten die dan overblijven zullen drie jaar lang worden gespaard op een boedelrekening. Na drie jaar worden van het gespaarde geld de schuldeisers betaald. Indien je je gedurende de gehele looptijd van de WSNP aan alle regels hebt gehouden, ben je na drie jaar van al je schulden af, ongeacht hoeveel je daadwerkelijk hebt afbetaald.

Als je je tijdens de WSNP niet aan de regels houdt, zal de WSNP eerder worden beëindigd. Je zult nog tot maximaal twintig jaar verantwoordelijk blijven voor je schulden zonder dat deze dus zullen worden kwijtgescholden. Je zal dan failliet worden verklaard en komt gedurende tien jaar niet meer in aanmerking voor de WSNP.

BKR Registratie

Bureau Krediet Registratie, kortweg BKR, informeert aangesloten organisaties (deelnemers zoals banken en andere financieringsinstellingen) over kredieten en gsm-abonnementen die consumenten hebben afgesloten. Deze informatie helpt de deelnemers bij hun afweging of het verantwoord is een nieuw krediet of gsm-abonnement te verstrekken. Alle kredieten en gsm-abonnementen die afgesloten worden bij de aangesloten organisaties worden bij het BKR geregistreerd.

Als algemene regel geldt dat jouw overeenkomst bij BKR bekend is als:

  • je hier tenminste drie maanden over kan beschikken;

het geleende bedrag minimaal € 500,- en maximaal € 125.000,- is.
De kans is groot dat je in het bestand van het BKR, het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) voorkomt. Hierin zijn namelijk de gegevens van 10,5 miljoen consumenten verwerkt. Deze consumenten hebben allemaal een overeenkomst op hun naam staan. Het gaat hierbij om alle overeenkomsten en niet alleen om die waarbij een betalingsprobleem is ontstaan. Zo is het bij het BKR bekend als je een kredietlimiet op je betaalrekening of een creditcard hebt, of dat je gebruik maakt van een uitgestelde betaling (‘Koop nu, betaal later’). Het gsm-abonnement kent het BKR alleen als deze is afgesloten bij een aangesloten partijen van het BKR (zie website van het BKR, www.bkr.nl). Een hypotheek is in principe niet bekend bij het BKR. Deze wordt pas gemeld als je langer dan 120 dagen een termijnbedrag niet hebt betaald. Als je wilt weten wat er op jouw naam bij het BKR wordt geregistreerd kun je dit via je eigen bank aanvragen.